‘Mozarts liederen: de genialiteit der gelegenheid.’ Al in de eerste “complete” uitgave van Mozarts werken, gepubliceerd in 1799 door Breitkopf & Härtel, worden Mozarts liederen omschreven als ‘gelegenheidscomposities’. De term is wel gepast wanneer we bedenken dat Mozarts liederen een zéér klein deel van zijn oeuvre omvatten waar hij met grote onregelmatigheid naar teruggreep. Zijn eerste poging in dit genre stamt uit zijn 6e of 7e levensjaar en is thans verloren. De laatste drie liederen (KV596, 597 en 598) worden door Mozart op 14 januari 1791 genoteerd in zijn thematische catalogus, en ongetwijfeld zal het ook in dit geval om gelegenheidscomposities zijn gegaan. Hoewel de exacte ontstaansredenen van deze liederen in de meeste gevallen onbekend zijn, is het wel te raden waar Mozart de korte stukjes voor nodig gehad kan hebben. Een situatie waarin de componist de oudste dochter van een aristocratische geldschieter een lied cadeau doet om zodoende een voet tussen de deur te krijgen, is niet ondenkbaar. Het is juist voor deze gelegenheid dat sopraan Tanja Obalski en fortepianist/Mozartdeskundige Tom Bouwman de handen ineen hebben geslagen. Het concert mag gelden als een reconstructie van een concert zoals dat plaatsgevonden zou hebben in de salon van een Weense aristocraat aan het einde van de 18e eeuw.
Tanja Obalski © Geelvinck Muziek Museum Type uw postcode en druk op de knop om een persoonlijke routeplanning in een nieuw venster te openen.